We zouden wel eens aan de vooravond van een enorme maatschappelijke verandering kunnen staan. Die indruk kreeg ik op de discussiemiddag over kweekvlees vorige week zondag in wetenschappelijk centrum Nemo te Amsterdam. Volgens de aanwezige wetenschappers zou kweekvlees 40% van het huidige vlees kunnen gaan vervangen. De term ‘kweekvlees’ doet een beetje onnatuurlijk aan, dus ‘Puur Vlees’ zou volgens de deskundigen een betere term zijn om het aan consumenten in de toekomst te kunnen verkopen. Puur Vlees is dan de nieuwe naam voor vlees dat in vitro gekweekt wordt. Het is een nogal een technisch verhaal, maar het komt er op neer dat dierlijke stamcellen zich vermenigvuldigen in een bio-reactor in een speciaal ontwikkeld serum van algen en zich ontwikkelen tot spiercellen. In de toekomst (hopelijk over ongeveer 10 jaar) zou op deze wijze door middel van stamcellen van een kip, een varken of een koe spierweefsel voor menselijke consumptie geproduceerd kunnen worden. Al 23 jaar vegetariër zijnde, wist ik overigens niet dat mensen eigenlijk voornamelijk het spierweefsel van dieren eten dat als vlees in de winkel ligt. Of zoals één van de aanwezige wetenschappers het zei: “we eten vooral tits and asses”. Hoe dan ook, naast het nogal technische verhaal over hoe dit Puur Vlees tot stand komt, kreeg ik wel het idee dat – als de wetenschappers het voor elkaar krijgen – het enorme economische, ethische en culturele veranderingen te weeg zou kunnen brengen. We weten nu zo langzamerhand welke enorme nadelen er aan de huidige vleesproductie zitten en aangezien de bevolkingsgroei en consumptie zullen stijgen, worden deze problemen alleen maar groter. Bij Puur Vlees zijn de in het oog springende voordelen behoud biodiversiteit, geen dierenleed, CO2 uitstoot wordt verlaagd, geen astronomisch watergebruik en geen dierenziekten.
Op de vraag die ik stelde tijdens het debat of er ook zoiets als Puur Vis op deze manier gekweekt kan worden, was het antwoord teleurstellend. Kweekvis – levende, echte vissen in kweekbakken – kan al efficiënt geproduceerd worden, dus de winst van Puur Vis is dan te mager. Dus toch economisch gewin weer boven ecologisch gewin, en dat is jammer gezien de zeeën leeggevist worden en ons (niet alleen mensen, maar in de eerste plaats alle zeedieren en het gehele ecosysteem daaromheen) op dat vlak ook een ecologische ramp te wachten staat.
Gelukkig was er ook een ethische inbreng van één van de wetenschappers, namelijk Dr. Van der Weele, filosofe en bio-ethicus. Ze kreeg alleen toch niet de kans om aan het voetlicht te brengen, waar ik nog meer mee in m’n maag zat, namelijk de filosofische kwestie over de maakbaarheid van de wereld. Puur Vlees is namelijk in mijn ogen wéér een (poging tot) technologische oplossing voor een probleem dat door een technologische blik op de wereld juist ontstaan is. Zolang je dieren, het milieu, de aarde ziet als iets dat door en voor de mens geschapen is en als levenloze machines gebruikt mogen worden, dan zal dat ook binnen deze culturele waarheid gebeuren. En zie daar het ontstaan van de vee-industrie. Alle hoop in technologie leggen is in dat licht een tekortkoming. We zouden juist moeten proberen onze visie op de natuur en dieren te herbeschouwen, en ja dat is heel cultuurfilosofisch, maar gelukkig zijn we in onze culturele ideeën niet statisch. Culturen ontwikkelen zich voortdurend en een ander wereldbeeld en natuurbeeld kan op den duur ontstaan, waardoor we onze (over)consumptie en misbruik van dieren kunnen aanpakken; dat valt dan ook binnen ons nieuwe culturele waarheidskader. Puur Vlees is een in potentie zeer belangwekkende ontwikkeling, maar we moeten ook een andere visie op de natuur blijven stimuleren (die juist niet technologisch is, maar recht doet aan haar intrinsieke waarde). Wat de NVB betreft betekent dit dat we denk ik op de juiste weg zitten door een vegetarische, plantaardige levenswijze te stimuleren. Maar zolang nog niet iedereen vegetariër is (en zeker niet binnen 10 jaar) denk ik dat Puur Vlees als één van de wegen naar een (vegetarisch) Rome, een kans moet krijgen. Zo realistisch ben ik wel. Een kwestie dus van wedden op meerdere paarden, maar wel met een kritisch oog voor diepgaandere cultuurfilosofische verandering.