
In 1975 verschijnt het boek Animal Liberation (oorspronkelijke Nederlandse titel: Pro mens, pro dier: een nieuwe ethiek voor onze behandeling van dieren; tegenwoordig geheten: Dierenbevrijding) van de Australische filosoof Peter Singer, later wel de bijbel van de dierenbevrijdingsorganisatie genoemd. Hierin beschrijft Singer de gang van zaken in proefdierlaboratoria en de bio-industrie. Het boek maakt indruk door de nauwkeurige beschrijving van de dingen die daar gebeuren en door de schokkende foto’s van apen en konijnen als proefdier en kippen, varkens en kalveren in de bio-industrie. Animal Liberation roept veel emotionele reacties op. De meeste mensen zien voor het eerst wat achter de schermen met dieren wordt gedaan. Actiegroepen tegen vivisectie en de bio-industrie komen steeds meer in de belangstelling te staan. De bezwaren die Singer in zijn boek aanvoert tegen onze manier van omgaan met dieren krijgen een zodanige onderbouwing, dat er geen speld tussen te krijgen is.
Gelijkheid
Volgens Singer is discriminatie van alle tijden. Negers zijn gediscrimineerd door blanken en vrouwen door mannen. Inmiddels, zo zegt Singer, weten we, ondanks dat discriminatie nog steeds bestaat, dat overeenkomsten belangrijker zijn dan verschillen. De slavenhandel is afgeschaft en vrouwen hebben stemrecht gekregen. De overeenkomst tussen mens en dier is dat beide het vermogen hebben om pijn te voelen en te lijden. Of, in het verlengde hiervan, het vermogen om genot of geluk te ervaren. Volgens Singer is dit de belangrijkste eigenschap om rekening mee te houden. Een steen die over de weg wordt geschopt, voelt daar niets van. Hij lijdt daar niet onder en wordt dus ook niet in zijn belangen geschaad. Een kat, die hetzelfde overkomt, lijdt daar wèl onder. Hij heeft er duidelijk belang bij niet geschopt te worden. Als een wezen kan lijden, hebben wij de plicht daar rekening mee te houden, pleit Singer. Beperken wij ons bij dit ‘rekening houden met’ tot onze eigen soort, de mens, dan maken wij ons schuldig aan discriminatie. Een vorm van discriminatie die aangeduid wordt met ‘speciesisme’ (van species = soort).
Boycot
Vegetarisme is een vorm van boycot. Zonder boycot van vlees, maar ook andere producten afkomstig uit de intensieve veehouderij als bijvoorbeeld legbatterijeieren, draag je bij aan het voortbestaan van de huidige praktijken van dierenmishandeling. Zolang producten uit de bio-industrie worden verkocht, zullen de omstandigheden voor de dieren niet veranderen. Niet alleen omdat we er zelf aan meebetalen, maar vooral ook omdat de veehouders dan kunnen zeggen dat ze gewoon leveren waar de consument om vraagt.
Als vegetariër laat je merken dat het je ernst is met je betrokkenheid bij het welzijn van dieren. Het is makkelijk om te protesteren tegen dierenleed dat ver van ons bed plaatsvindt, zoals stierengevechten in Spanje, het eten van honden in Korea of het doodknuppelen van zeehondjes in Canada. Het is echter een stuk moeilijker om dichter bij huis consequenties te verbinden aan je liefde en respect voor dieren. De naar schatting 700.000 Nederlanders die geen vlees eten doen dat wel en sparen jaarlijks het leven van ongeveer 8 miljoen dieren!