Over Ons
De Vegetariërsbond wil iedereen laten proeven van de geheimen van de vegetarische keuken. Wij helpen mensen en bedrijven bij hun keuze voor lekker, gezond en bewust vegetarisch eten.
Dit doen we door het geven van tips en informatie en het organiseren van evenementen. Zo laten we duizenden mensen proeven hoe lekker vegetarisch eten kan zijn.
Zo dragen we bij aan een betere wereld. Doe je mee?

Lees meer over ons en doe mee

Vegetariërsbond FacebookVegetariërsbond Twitter
30 dagen vegetarisch

Obesitas

Wereldwijd groeit het aantal mensen met welvaartsziekten explosief. Gelukkig kan de kans op chronische aandoeningen flink verminderd worden met een volwaardig vegetarisch dieet. Ook bij de behandeling ervan is een vegetarisch dieet heilzaam. Dit geldt ook voor obesitas.

Obesitas is een chronische ziekte waarvoor nog geen genezing bestaat. Van obesitas is sprake als mensen kampen met een zodanig overgewicht dat dit aanleiding geeft tot gezondheidsrisico's. Overgewicht ontstaat door een langdurige – veelal subtiele – onevenwichtigheid in de energiebalans. De energiebalans is positief door een verminderd energieverbruik en/of een verhoogde energie-inname.
De queteletindex (afgekort QI) of body-mass index (BMI) geeft een eerste indruk van de mate van overgewicht. De index wordt berekend door het gewicht in kilogram te delen door het kwadraat van de lengte in meters (zie tabel 1). De hoogste levensverwachting hebben mensen met een normaal gewicht. Bij zowel over- als ondergewicht is de levensverwachting lager. Hoe hoger de QI, hoe groter het risico op andere ziekten.

Mensen met obesitas hebben ook een grotere kans op tal van ziekten. Zoals hoge bloeddruk, hart-en vaatziekten, diabetes mellitus type 2 (ouderdomsdiabetes), dyslipidemie (lipidenstoornissen), bloedstollingsziekten, jicht, galstenen, slaapapneu, niet-alcoholische leververvetting, kanker, huidziekten, ziekten van het skelet en het bewegingsapparaat en vruchtbaarheidsproblemen. Daarnaast is hun mobiliteit en uithoudingsvermogen vaak verminderd en kampen ze vanwege hun dik-zijn vaker met psychosociale problemen.
Mensen met vetafzettingen in de bovenbuik (‘appeltype’) zouden een groter risico lopen op metabole aandoeningen en hart- en vaatziekten dan mensen met vetafzettingen in heupen en dijen (‘peertype’). Het risico kan eenvoudig worden beoordeeld door het meten van de tailleomvang. De kans op gewichtsgerelateerde ziekten neemt toe bij een taillemaat vanaf 80 centimeter bij vrouwen en meer dan 94 centimeter bij mannen. Bij een taillemaat van respectievelijk 88 en 104 centimeter is er sprake van een significant verhoogd risico. Overigens publiceerde The Lancet onlangs de resultaten van een studie onder 220.000 mensen, waaruit zou blijken dat de verdeling van lichaamsvet niet van belang is.

Tabel 1: Queteletindex (of BMI)

De waarde van de queteletindex (q) is gelijk aan de massa van het lichaam (m, in kilogram) gedeeld door het kwadraat van de lengte (h2, in meter).

Classificaties QI of BMI
  Vrouwen Mannen
Ondergewicht <19 <20
Normaal Gewicht 19-23,9 20-24,9
Overgewicht 24-29,9 25-29,9
Zwaarlijvigheid 30-40 30-40
Morbide obesitas >40 >40

Globesitas

Overgewicht is uitgegroeid tot een wereldwijd probleem. De Wereldvoedselorganisatie (WHO) spreekt zelfs van een globale obesitasepidemie. Obesitas zal voor de volgende generatie een groter gezondheidsprobleem zijn dan aids. Meer mensen kampen met overgewicht en de mate van overgewicht neemt ook toe. In de Verenigde Staten is dik-zijn de norm geworden. Driekwart van de Amerikaanse bevolking is te zwaar en een derde van de bevolking is obees.
De Europese situatie is op weg dezelfde trend te volgen. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistieken (CBS) uit maart 2010 blijkt dat in Nederland vier op de tien mannen en drie op de tien vrouwen een matig overgewicht hebben. Het percentage volwassenen met ernstig overgewicht blijft toenemen. Bij mannen bedraagt het percentage 11,2 en bij vrouwen 12,4. Ouderen kampen het meest met ernstig overgewicht; bij vrouwen boven de 65 jaar is dat een op de zes.
Ook het percentage kinderen met overgewicht neemt toe. In Nederland is hun aantal in de periode 1980-1997 meer dan verdubbeld. Meisjes zijn vaker te dik dan jongens, vooral op jongere leeftijd. Het aantal mensen met overgewicht stijgt bij in alle rangen en standen, maar de toename is het grootst bij mensen met een laag opleidingsniveau. In deze categorie is ook het risico op overgewicht het grootst.

Oorzaken

Een complex samenspel van genetische, biologische, psychosociale en omgevingsfactoren is van invloed op de ontwikkeling van overgewicht. Zo is het voor een deel erfelijk bepaald. Ook ziekten van endocriene klieren kunnen overgewicht in de hand werken. Dat geldt tevens voor een hoge alcoholconsumptie en onjuiste eetgewoonten. Door bijvoorbeeld kinderen te troosten of te belonen met snoep en suikerhoudende dranken raken ze hieraan gewend en verliezen hun natuurlijke reguleringsmechanismen hun controlerende functie.
Een positieve energiebalans is overigens meer dan uitsluitend het gevolg van teveel eten en te weinig bewegen. Bewegen is immers verantwoordelijk voor een klein deel van het totale energieverbruik, de rest komt vooral voor rekening van het basale metabolisme, dat bijvoorbeeld zorgt voor het constant houden van de lichaamstemperatuur. Door de komst van onder meer centrale verwarming, airconditioning, verbeterde isolatie en dubbele beglazing is hiervoor minder energie nodig.

Preventie en behandeling

Overgewicht is te voorkomen door middel van een individuele, preventieve levensstijl. Het voorbeeld van ouders en de sociale omgeving in de kindertijd spelen daarbij een cruciale rol
Bij de behandeling van obesitas is het doel een gewichtsvermindering op lange termijn. Vanwege de uiteenlopende factoren die bijdragen tot de ontwikkeling van obesitas verenigen de meest veelbelovende afvalprogramma's voeding, lichaamsbeweging en gedragstherapie.
Er worden goede resultaten bereikt met een vegetarisch dieet op basis van groenten, fruit, volkoren granen en peulvruchten. Deze producten hebben een hoge voedingswaarde en bevatten weinig calorieën. Voor succes op de lange termijn is het van belang dat de veranderende eetgewoonten behouden blijven.

Overgewicht bij vegetariërs

Vegetariërs hebben gemiddeld een lager lichaamsgewicht en een lagere QI dan anderen. Ook hebben ze minder vaak te kampen met overgewicht. Dat komt deels door hun vegetarische dieet, dat meestal een hoger percentage van complexe koolhydraten en vezels bevat en minder eiwitten en vetten. Daardoor levert dezelfde hoeveelheid voeding minder energie dan een gemengde voeding en ontstaat er sneller een verzadigd gevoel.
De energie-inname via de voeding ligt bij de meeste vegetariërs binnen de voedingsrichtlijnen. Een buitensporig hoge energie-inname via de voeding kan ontstaan door het gebruik van vette zuivelproducten, zoals boter, room en kaas. Vegetariërs hebben over het algemeen een lagere vetinname dan anderen. In studies is er een verband aangetoond tussen een hogere QI en een verhoogde inname van dierlijke eiwitten. Verder zijn vegetariërs vaak sportiever en hoger opgeleid dan anderen. De verschillen in alcoholgebruik tussen vegetariërs en anderen zijn volgens recente studies echter geringer dan eerder beschreven.

Samengevat

Vegetariërs hebben gemiddeld een lager lichaamsgewicht en een lagere QI en zijn fysiek actiever dan anderen. Vooral veganisten leiden minder vaak aan overgewicht en obesitas, waardoor hun risico op talrijke chronische ziekten flink kleiner is. Een voornamelijk plantaardige voeding helpt dus om overgewicht te voorkomen en is veelbelovend bij de behandeling van overgewicht en obesitas.

Deze informatie is gebaseerd op informatie van de website van de Duitse vegetariërsbond VEBU (www.vebu.de/krankheiten ).