fabel vegetarier eet geen vleesvervangers

Feit of fabel: een echte vegetariër eet geen kant-en-klare vleesvervangers


Vleesvervangers hebben de naam dat ze vooral populair zijn bij de zogenaamde ‘flexitariërs’: consumenten die één of meer keer per week het vlees laten staan maar dan wel iets willen hebben dat op vlees lijkt. Ook hoor je vaak dat fulltime vegetariërs gruwen van het woord ‘vleesvervanger’, of ‘vleesalternatief’: vlees hoef je niet te vervangen, het is namelijk overbodig. Vegetariërs meten zichzelf dan ook een andere manier van koken aan, is het beeld, waarbij ze de traditionele bordverdeling van aardappelen, groente, vlees loslaten. Het blijkt echter niet zo zwart-wit te zijn als hierboven geschetst. In het onderzoek dat ik in 2013 met de Hogeschool voor Diëtetiek deed naar het consumptiepatroon van Nederlandse fulltime vegetariërs bleek dat van alle eiwitalternatieven (waaronder ook peulvruchten, ei, noten en kaas) de kant-en-klare vleesvervangers het vaakst gegeten wordt (2,8 keer per week). Wel was er een duidelijk leeftijdsverschil: vegetariërs onder de 40 jaar eten vaker kant-en-klaar vleesvervangers dan vegetariërs boven de 60 jaar (resp. 3,2 en 1,9 keer per week). Kennelijk hebben de vegaburgers, vegaworstjes en het vegagehakt zich inmiddels een volwaardige plaats verworven op de vegetarische dis.

Herfst 2017