Over Ons
De Vegetariërsbond wil iedereen laten proeven van de geheimen van de vegetarische keuken. Wij helpen mensen en bedrijven bij hun keuze voor lekker, gezond en bewust vegetarisch eten.
Dit doen we door het geven van tips en informatie en het organiseren van evenementen. Zo laten we duizenden mensen proeven hoe lekker vegetarisch eten kan zijn.
Zo dragen we bij aan een betere wereld. Doe je mee?

Lees meer over ons en doe mee

Vegetariƫrsbond FacebookVegetariƫrsbond Twitter
30 dagen vegetarisch

Barstensvol leven

Een gezond mens is uiterst complex 


Natuurlijk, strikt genomen betekent ‘vegetarisch’ het achterwege laten van de consumptie van vlees en vis. Maar het woord vegetarisch draagt ook een diepere betekenis in zich. Het is afgeleid van ‘vegetus’, wat levendig, vitaal betekent. Het blijkt een sleutelbegrip in het begrijpen van voeding en gezondheid.

Door: Floris de Graad
Vitale voeding is een mooie term, waar we allemaal wel een bepaald gevoel bij hebben. Bij wie loopt het water niet in de mond bij de gedachte aan een verse aardbei? Nu is onze smaak, mits goed ontwikkeld, natuurlijk de eerste en meest betrouwbare raadgever voor wat goed voor ons is. Maar voor een gesprek en over vitale voeding en een beter begrip hiervan is de eigen smaak te subjectief en schiet tekort. In het boek ‘Barstenvol leven’ weten Petra Essing en Paul Doesburg het begrip vitale voeding tot hoge mate handen en voeten te geven.



Veerkracht

De zoektocht begint bij de vraag ‘wat is leven?’. Een steen is dood, een vlinder leeft. Maar een ebolavirus, of kweekvlees, waarin één lichaamscel in een lab groeit en zich deelt? Essink en Doesburg nemen een aantal losse kenmerken die de biologie aan leven toeschrijft door, maar komen tot de conclusie dat we zo nog steeds omtrent de vraag wat leven nu eigenlijk is in het duister tasten. Via de kwantummechanica constateren ze dat er in leven een ordening aanwezig is die organismen voor uiteenvallen behoedt, een ‘levendig streven’ dat organismen in staat stelt het op te nemen tegen processen van ontbinding. ‘Het mag duidelijk zijn, leven is onhoudbaar zonder zelfherstel: het vermogen van organismen tot behoud van ordening, vorm en autonomie. In dit ‘vermogen tot behoud van het eigene’ menen wij het hogere principe, het wezenlijke van het leven te hebben gevonden, die de volledige door de biologen geformuleerde lijst van levensaspecten omvat. We kunnen de vitaliteit van een organisme definiëren als de mate waarin een organisme in staat is tot de ontwikkeling en het in stand houden van het eigene’.

Kortweg: veerkracht. Voeding dus, die in staat is geweest zijn eigenheid te ontwikkelen en in stand te houden.

Groei en vorm

Toch kan praten over vitaliteit nog gemakkelijk tot spraakverwarring leiden. Door groei ontstaat celdruk, wat een sappig en knapperig eindproduct geeft. Als mensen het hebben over vitale producten bedoelen ze meestal verse producten waarbij de groei groot en uitbundig is. Groenten met veel frisse, groene bladeren doen vitaal aan. Maar een plant die vitaal is in de zin dat hij flink groeit, is niet automatisch vitaal in de zin dat hij weerbaar is tegen ziekten en plagen. In de plant zijn behalve de groeiprocessen ook ‘differentiatieprocessen’ werkzaam die de plant het eigen karakter geven. Eigenlijk moeten in een vitaal gewas beide processen in evenwicht zijn. Dit is over het algemeen het geval als gewassen de tijd krijgen om zich te ontwikkelen. Dat wil zeggen: te groeien én te differentiëren. Dus knapperig en sappig, én met weerstand tegen ziekten en plagen bij de plant, aroma en weerstandsstoffen voor de menselijke gezondheid. Hiermee wordt een perspectief op voedselgewassen en landbouw geopend dat nog wat wijder is dan wat wij gewoonlijk onder ‘biologisch’ verstaan.

Gezonde voeding

Maar met het omschrijven van wat nu eigenlijk vitale gewassen zijn is nog niet automatisch de brug naar gezonde voeding geslagen. Ook hier blijkt weer het belang van een werkbare definitie. Gezondheid wordt in de regel omschreven als het ontbreken van ziekten. Machteld Hubner, werkzaam bij het Louis Bolk Instituut constateerde dat volgens deze definitie het merendeel van de bevolking in meer of mindere mate als ‘ongezond’ zou moeten worden beschouwd. Zij promoveerde op een proefschrift waarin ze tot een ‘positief gezondheidsconcept’ komt : gezondheid is het vermogen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de lichamelijke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Ook hier staat dus het begrip ‘veerkracht’ weer centraal. Inmiddels heeft ook de GGD dit model geadopteerd.

Vanuit het begrip veerkracht krijgt ook het onderzoek naar gezondheid en voeding een nieuwe dimensie. Zo laten proeven zien dat kippen op biologisch en biologischdynamisch voer sneller herstellen van ziekten. Ze zijn veerkrachtiger. Maar het onderzoeken van het effect van vitale voedingsmiddelen op de vitaliteit van de mens is nog weer een stapje ingewikkelder. Hier loopt men tegen dezelfde moeilijkheid aan als bij het meten van de gezondheidseffecten van vegetarische voeding: het is uiterst moeilijk om de effecten van de voeding en de bewustere levensstijl van vegetariërs van elkaar te onderscheiden. Essink ruimt hier een belangrijke plaats in voor de menselijke vertering. Daarbij: het is goed om je bewust te zijn dat voedingsonderzoek bij zieke mensen vele malen eenvoudiger is dan bij gezonde mensen. Afwijkingen kun je gemakkelijk linken aan gelijktijdig optredende ziekteverschijnselen. Bij gezonde mensen kan er, op het gebied van stofgehaltes, niet zoveel worden gelinkt. Een gezond mens is biochemisch uiterst complex. Hier ligt dus nog een onderzoeksveld open. Tot die tijd lijkt het positieve effect van vitale voeding op dieren een belangrijke vingerwijzing.

Barstensvol Leven, Petra Essink en Paul Doesburg. 194 pag., € 24,50 Uitgeverij Christofoor