1. Klop in een grote kom 60 gram tapiocameel of rijstmeel door de tarwebloem,
het bakpoeder, zout en de peper. Voeg het afgepaste ijskoude water en de
azijn erbij in de kom en mix het beslag goed.
2. Voeg de bloemkoolroosjes en -bladeren toe en hussel tot ze goed bedekt zijn
met het beslag. Voeg een beetje meer water toe als het beslag te dik is.
3. Schep het overgebleven tapiocameel of rijstmeel in een andere kom, schud
elke keer van ieder roosje het overtollige beslag en bedek de roosjes dun
met het meel.
4. Leg de roosjes op een rooster dat op een bakplaat staat en laat ze 10
minuten aan de lucht drogen.
5. Verwarm de olie in een grote, hoge pan met dikke bodem of een frituurpan
tot 180 °C (zorg ervoor dat er minstens 5 cm ruimte zit tussen de olie en
de bovenrand van de pan). Laat een klein beetje beslag in de pan vallen,
als het gaat bruisen is de olie op temperatuur.
6. Frituur de bloemkoolroosjes in porties goudbruin en knapperig (ongeveer
3-4 minuten per portie).
7. Mix ondertussen alle ingrediënten voor de saus in een kom.
8. Haal de gefrituurde bloemkool uit de olie en laat kort uitlekken op
keukenpapier.
9. Meng de warme bloemkool door de saus tot alles mooi bedekt is.
10. Serveer direct!