1. Breng in een steelpannetje de slagroom met agar‑agar, suiker en een scheut lavendelsiroop langzaam aan de kook. Roer regelmatig zodat de agar‑agar oplost. Zodra de room kookt laat je deze nog 1–2 minuten doorkoken en haal je de pan van het vuur.
2. Verdeel het mengsel over vier kleine bakjes of schaaltjes. Laat het ongeveer 30 minuten afkoelen op het aanrecht. Zet de bakjes daarna minstens drie uur in de koelkast zodat de panna cotta opstijft.
Bessensaus
3. Doe de blauwe bessen met suiker en citroensap in een steelpannetje. Laat dit op laag vuur pruttelen tot de bessen zacht worden en een saus vormen; roer regelmatig. Haal van het vuur en laat volledig afkoelen.
Serveren – in een mini bord of kleine kom
Je dessert is bijna klaar! Nu komt de keuze van het servies:
Wil je de panna cotta als elegant nagerecht presenteren? Gebruik dan een mini bord. Het crème glazuur vormt een mooi contrast met de paarse bessensaus. De matte afwerking brengt rust op tafel.
Stort de panna cotta door het schaaltje omgekeerd op het bord te zetten en voorzichtig te schudden. Als het vastzit, snijd dan met een mesje langs de rand. Schep vervolgens de bessensaus eroverheen en garneer met bijvoorbeeld een muntblaadje voor een frisse toets.