1. Verwarm de oven voor op 200°C.
2. Kook de aardappelschijfjes 8-10 minuten in gezouten water tot ze net gaar zijn. Giet af en laat iets afkoelen.
3. Smelt de boter in een grote koekenpan op middelhoog vuur. Bak de witlofhelften 3-4 minuten aan beide kanten tot ze licht
goudbruin zijn. Breng op smaak met zout en peper.
4. Leg een laag aardappelschijfjes in een ingevette ovenschaal. Verdeel daar de witlofhelften over. Bedek met de resterende
aardappelschijfjes.
5. Meng in een kom de kookroom, honing, mosterd en de blaadjes van de tijmtakjes. Roer goed door en breng op smaak met
peper en voeg eventueel zout naar smaak toe.
6. Giet het roommengsel gelijkmatig over de witlof en aardappelen.
7. Bestrooi de ovenschotel met de geraspte kaas en bak 25-30 minuten in de voorverwarmde oven, tot de bovenkant goudbruin
en bubbelend is.
8. Rooster ondertussen de pecannoten in een droge koekenpan op middelhoog vuur, 3-4 minuten, tot ze licht geurig zijn.
9. Haal de ovenschotel uit de oven en strooi de geroosterde pecannoten erover. Serveer de witlofgratin als hoofdgerecht met een frisse salade.